Moederschapsuitkering voor zelfstandigen sneller uitbetaald

Het arbeidsongeschiktheidsbesluit voor zelfstandigen bepaalt op dit moment dat de moederschapsuitkering wordt betaald uiterlijk één maand na de laatste week van de nabevallingsrust. Bij gespreide opname van de facultatieve nabevallingsrust is dat uiterlijk één maand na de laatste week van elke periode van opname.

Die regeling wordt nu bijgestuurd omdat de uitbetalingsdata soms leiden tot zeer laattijdige uitbetalingen. Het gaat om een maatregel uit de 'Jobs Deal', zo blijkt uit een bijhorend persbericht.

Voortaan gelden volgende uitbetalingsmodaliteiten:

De moederschapsuitkering wordt voor de eerste keer door de verzekeringsinstelling betaald uiterlijk de dertigste kalenderdag te rekenen vanaf de eerste dag van de moederschapsrust voor elke week van moederschapsrust die op het ogenblik van deze betaling is verstreken (uiteraard voor zover de betrokkene aan de vereiste verzekerbaarheidsvoorwaarden voldoet en het ziekenfonds over de vereiste documenten beschikt).

Vervolgens betaalt de verzekeringsinstelling de moederschapsuitkering maandelijks voor elke week van moederschapsrust die op het ogenblik van deze betaling is verstreken ten vroegste op de derde laatste werkdag van elke lopende kalendermaand en uiterlijk binnen de eerste vijf kalenderdagen van de kalendermaand die volgt.

Hierbij worden alle dagen ? behalve de zaterdagen, zondagen en feestdagen ? als werkdagen beschouwd.

Het wijzigingsbesluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2019 en is van toepassing op elke moederschapsrust die vanaf deze datum aanvat.

Bron: Koninklijk besluit van 25 januari 2019 tot wijziging van artikel 96 van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten, BS 4 februari 2019