Gerechtelijke ontbindingsprocedure niet-actieve vennootschappen aangevuld

De wet van 17 mei 2017 voorziet in een doeltreffender ontbindingsprocedure voor vennootschappen die niet langer actief zijn of waarvan de zetel fictief is. Voortaan kan op verzoek van elke belanghebbende of van het openbaar ministerie, dan wel na mededeling door de kamer voor handelsonderzoek, de rechtbank de ontbinding uitspreken van een vennootschap die haar verplichting om haar jaarrekening neer te leggen, niet is nagekomen.

De nieuwe, aangevulde procedure voor de gerechtelijke ontbinding van deze vennootschappen is van toepassing vanaf 12 juni 2017.

Bestuurders of zaakvoerders moeten meewerken met gerechtelijk vereffenaar

Als er schulden zijn in een vennootschap zal momenteel het parket in plaats van een gerechtelijke ontbinding te vorderen meestal in faillissement dagvaarden. Een curator heeft wettelijk meer slagkracht dan een vereffenaar om de financiële gang van zaken na te gaan.
Bestuurders of zaakvoerders zijn verplicht om mee te werken met een curator (art. 53, faillissementswet). Zij moeten hem alle vereiste inlichtingen verstrekken, waaronder de boekhouding. Behalve wanneer zij wettig verhinderd zijn, zijn bestuurders of zaakvoerders strafbaar indien zij niet meewerken met de curator (art. 489, 2°, Sw.).

Deze verplichting tot meewerken gold tot nog toe niet wanneer een gerechtelijk vereffenaar wordt aangesteld. De overheid kon dan ook zeer moeilijk een blik werpen op de werkelijke activiteit van vennootschappen die geen jaarrekening neerleggen, tenzij na een gerechtelijk onderzoek.
De wet van 17 mei 2017 voorziet nu dat in geval van gerechtelijke ontbinding de bestuurders of zaakvoerders moeten meewerken met de gerechtelijk vereffenaar. Deze laatste verifieert de boekhouding en maakt een balans op. Hij mag iedereen horen bij zijn onderzoek naar de boekhouding en de omstandigheden die aanleiding hebben gegeven tot de gerechtelijke ontbinding (nieuw art. 182/1, art. 182/2 en 183/3, W. Wenn.; art. 8-10, wet van 17 mei 2017).

Een veroordeling omwille van verzuim tot medewerking van een bestuurder met een curator kan tevens gepaard gaan met een vennootschapsberoepsverbod (art. 489, Sw).

De wet van 17 mei 2017 voorziet nu ook in een bestuursverbod voor bestuurders of zaakvoerders van vennootschappen, die in geval van gerechtelijke ontbinding niet samenwerken met een gerechtelijk vereffenaar. Het verbod om persoonlijk of door een tussenpersoon de functie van bestuurder, commissaris of zaakvoerder te zijn in een rechtspersoon bedraagt maximum 3 jaar en wordt opgelegd door de rechtbank van koophandel (nieuw art. 3 quater, KB nr. 22 van 24 oktober 1934).

Vorderingen tot gerechtelijke ontbinding vennootschappen ook naar openbaar ministerie

Uitgenomen voor de vrederechter, voor de rechter zitting houdend in kort geding en voor de beslagrechter, worden op straffe van nietigheid nu ook de vorderingen en oproepingen met toepassing van artikel 182, § 3, van het Wetboek van vennootschappen, tot gerechtelijke ontbinding van vennootschappen bedoeld in artikel 182 van het Wetboek van Vennootschappen, aan het openbaar ministerie meegedeeld (herstelling punt 9°, art. 764, Ger.W.; art. 3, wet van 17 mei 2017).

Het openbaar ministerie zal hierbij steeds advies verlenen wanneer de rechtbank hierom verzoekt (wijziging lid 4, art. 764, Ger.W.; art. 3, wet van 17 mei 2017).

De magistraten en griffiers van de rechtbanken van koophandel en de rechters in handelszaken kunnen, onder toezicht van de voorzitter, voor de vervulling van hun wettelijke opdrachten, bij wijze van algemene of globale opzoeking en volgens de door de Koning bepaalde nadere regels en parameters het bestand van berichten en andere informatiebronnen die door de Koning, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, worden aangewezen, raadplegen (wijziging lid 5, § 1, art. 1391, Ger.W.; art. 4, wet van 17 mei 2017).

Aangifte en verificatie schuldvorderingen

Door de digitalisering van de procedure is het zetten van een handtekening door de schuldeiser bij aangifte van schuldvorderingen in een faillissement achterhaald. De verificatie van de identiteit van de schuldeiser en de integriteit van de neergelegde stukken worden respectievelijk gecontroleerd door de curator en gegarandeerd door het informaticasysteem. Om het beheer en de vereffening van faillissementen in de elektronische context vlot te laten verlopen, heft de wet van 17 mei 2014 de handtekening van de schuldeiser op als een van de formaliteiten voor het indienen van schuldvorderingen (opheffing lid 3, art. 63, faillissementswet; art. 5, wet van 17 mei 2017).

Nieuwe procedure gerechtelijke ontbinding vennootschappen

Hierna volgt de nieuwe, aangevulde procedure voor de gerechtelijke ontbinding van vennootschappen die van toepassing is vanaf 12 juni 2017 (wijziging art. 182, nieuw art. 182/1, nieuw art. 182/2 en nieuw art. 182/3, W.Venn.; art. 7-10, wet van 17 mei 2017).

Op verzoek van elke belanghebbende of van het openbaar ministerie, dan wel na mededeling door de kamer voor handelsonderzoek krachtens artikel 12, § 5 van de wet op de continuïteit van de ondernemingen, kan de rechtbank de ontbinding uitspreken van een vennootschap die haar verplichting om haar jaarrekening overeenkomstig de artikelen 98 en 100 neer te leggen niet is nagekomen.

In geval van mededeling door de kamer voor handelsonderzoek kan de rechtbank hetzij een regularisatietermijn uitspreken, waarbij zij het dossier voor opvolging terugverwijst naar de kamer voor handelsonderzoek, hetzij de ontbinding uitspreken.

In geval van een verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie kent de rechtbank een regularisatietermijn toe van minimaal 3 maanden, en verwijst het dossier voor opvolging naar de kamer voor handelsonderzoek. Na afloop van de termijn doet de rechtbank uitspraak op verslag van de kamer voor handelsonderzoek.

De vordering tot ontbinding kan slechts worden ingesteld na het verstrijken van een termijn van 7 maanden te rekenen van de datum van afsluiting van het boekjaar. Die vordering wordt ingesteld tegen de vennootschap.

Ingevolge mededeling door de kamer voor handelsonderzoek op grond van artikel 12, § 5 van de wet op de continuïteit van de ondernemingen, kan de rechtbank hetzij een regularisatietermijn toekennen en het dossier voor opvolging terug verwijzen naar de kamer voor handelsonderzoek, hetzij de ontbinding van een vennootschap uitspreken:

wanneer die vennootschap ambtshalve werd geschrapt met toepassing van artikel III.42, § 1, 5° van het Wetboek van economisch recht;

indien zij ondanks twee oproepingen met 30 dagen tussentijd, waarvan de tweede per gerechtsbrief, niet voor de kamer voor handelsonderzoeken is verschenen;

indien de bestuurders of zaakvoerders ervan niet over de fundamentele beheersvaardigheden of niet over de beroepsbekwaamheid beschikken die voor de uitoefening van haar activiteit bij wet, decreet of ordonnantie worden opgelegd.

Deze ontbinding kan niet worden uitgesproken zolang er een procedure loopt inzake faillissement, gerechtelijke reorganisatie of ontbinding van de vennootschap.

Nadat een dossier van de kamer voor handelsonderzoek is medegedeeld aan de rechtbank, of nadat een dossier is medegedeeld zoals hierboven bepaald en indien de voorzitter van de rechtbank van oordeel is dat het dossier verder behandeld moet worden, verzoekt de voorzitter van de rechtbank de griffier om de vennootschap op te roepen bij gerechtsbrief die de met redenen omklede beslissing van de kamer en de tekst van dit artikel bevat.

De ontbinding heeft uitwerking vanaf de datum waarop zij is uitgesproken. De ontbinding kan evenwel pas vanaf de bekendmaking van de bij artikel 74, 3° voorgeschreven beslissingen onder de voorwaarden bepaald in artikel 67 aan derden worden tegengeworpen, behalve indien de vennootschap bewijst dat die derden voordien ervan op de hoogte waren.

De rechtbank kan hetzij de onmiddellijke afsluiting van de vereffening uitspreken, hetzij de vereffeningswijze bepalen en een of meer vereffenaars aanwijzen.

Wanneer de vereffening is beëindigd, brengt de vereffenaar verslag uit aan de rechtbank en legt hij, in voorkomend geval, aan de rechtbank een overzicht voor van de waarden van de vennootschap en van het gebruik ervan.
De rechtbank spreekt de afsluiting van de vereffening uit.

De rechtbank kan ook beslissen om geen vereffenaar aan te wijzen indien geen enkele belanghebbende de aanwijzing van een vereffenaar vordert. Elke belanghebbende kan binnen een jaar vanaf de bekendmaking van de ontbinding in het Belgisch Staatsblad de aanwijzing van een vereffenaar vorderen bij de rechtbank overeenkomstig artikel 184.
Bij gebreke van een vordering binnen deze termijn van een jaar, worden de schulden van de vennootschap van rechtswege als oninbaar beschouwd, komen de activa van rechtswege toe aan de Staat en wordt de vereffening geacht te zijn gesloten.
De griffie zorgt voor de bekendmaking van de sluiting van de vereffening in het Belgisch Staatsblad.

De activa die na de sluiting van de vereffening aan het licht komen, worden in consignatie gegeven bij de Deposito- en Consignatiekas. De Koning bepaalt welke procedure moet worden gevolgd voor de consignatie van de activa en wat er met die activa moet gebeuren ingeval nieuwe passiva aan het licht komen. Indien de activa evenwel later dan vijf jaar na de beslissing tot ontbinding aan het licht komen, komen zij van rechtswege toe aan de Staat.

Inlichtingen aan vereffenaars
De bestuurders en zaakvoerders van de gerechtelijk ontbonden vennootschap geven gevolg aan alle oproepingen die zij ontvangen van de vereffenaren en verstrekken hun alle vereiste inlichtingen.
De bestuurders of zaakvoerders van de gerechtelijk ontbonden vennootschap zijn verplicht de vereffenaars elke adreswijziging mede te delen.

Afsluiten boeken
De vereffenaars ontbieden de bestuurders of zaakvoerders van de gerechtelijk ontbonden vennootschap om in hun tegenwoordigheid de boeken en bescheiden vast te stellen en af te sluiten.
De vereffenaars gaan onmiddellijk over tot verificatie en verbetering van de laatst neergelegde balans. Zij maken een balans op, overeenkomstig de regels en de beginselen van het boekhoudkundig recht, met behulp van de boeken en bescheiden van de gerechtelijk ontbonden vennootschap en met behulp van de inlichtingen die zij kunnen inwinnen. Zij leggen deze neer in het dossier bedoeld in artikel 67.
Indien de activa toereikend zijn om de kosten ervan te dekken, kunnen de vereffenaars de hulp inroepen van een accountant met het oog op de opmaak van de balans.
De rechtbank kan op verzoek van de vereffenaars de bestuurders en de zaakvoerders van de gerechtelijk ontbonden vennootschap hoofdelijk veroordelen tot betaling van de kosten voor de verbetering en opmaak van de balans.

De vereffenaars kunnen de bestuurders of zaakvoerders, hun werknemers en wie dan ook horen, zowel aangaande het onderzoek van de boeken en de boekhoudkundige bescheiden als aangaande de oorzaken en de omstandigheden die aanleiding hebben gegeven tot de gerechtelijke ontbinding.

Verlies van maatschappelijk kapitaal

Wanneer het netto-actief van de vennootschap gedaald is tot beneden een bepaald bedrag, kan iedere belanghebbende of het openbaar ministerie de ontbinding van de vennootschap voor de rechtbank vorderen. De rechtbank kan aan de vennootschap een bindende termijn toestaan om haar toestand te regulariseren (aanpassing art. 333, eerste lid, art. 432, art. 634, art. 665 en art. 835, W.Venn.; art. 11-15, wet van 17 mei 2017).

Het bedrag van het netto-actief varieert naargelang de vennootschapsvorm. Het bedraagt:

6.200 euro voor een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BVBA), een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (CVBA) en een landbouwvennootschap (LV);

61.500 euro voor een naamloze vennootschap (NV);

2.500 euro voor een vennootschap met een sociaal oogmerk.

Voortaan kan dus ook het openbaar ministerie als belanghebbende de vordering tot ontbinding van de vennootschap instellen.

Kamers voor handelsonderzoek

De kamers voor handelsonderzoek (art. 84, derde lid, Ger.W.) volgen de toestand van de schuldenaren in moeilijkheden om de continuïteit van hun onderneming of hun activiteiten te bewerkstelligen en de bescherming van de rechten van de schuldeisers te verzekeren.
In de kamers voor handelsonderzoek wordt het onderzoek toevertrouwd aan hetzij een rechter in de rechtbank, de voorzitter uitgezonderd, hetzij een rechter in handelszaken. ln945-982
Oordeelt de rechter dat de continuïteit van de onderneming van een schuldenaar bedreigd is of dat de ontbinding van de vennootschap kan worden uitgesproken overeenkomstig het Wetboek van Vennootschappen, dan kan hij hem oproepen en horen teneinde alle inlichtingen te verkrijgen over de stand van zijn zaken en inzake de eventuele reorganisatiemaatregelen (wijziging art. 12, § 1, derde lid, wet op de continuïteit van ondernemingen; art. 16, wet van 17 mei 2017).

Indien uit het onderzoek naar de toestand van de schuldenaar blijkt dat hij zich in staat van faillissement bevindt, kan de kamer voor handelsonderzoek het dossier meedelen aan de procureur des Konings.
De kamer kan, wanneer volgens haar uit dat onderzoek blijkt dat de ontbinding van de vennootschap kan worden uitgesproken overeenkomstig het Wetboek van Vennootschappen, het dossier met een met redenen omklede beslissing aan de rechtbank meedelen opdat uitspraak wordt gedaan over de ontbinding, in welk geval zij eveneens de met redenen omklede beslissing meedeelt aan de procureur de Konings (wijziging art. 12, § 5, wet op de continuïteit van ondernemingen; art. 16, wet van 17 mei 2017).

In werking

De wet van 17 mei 2017 treedt in werking op 12 juni 2017, de dag van haar publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Wet van 17 mei 2017 tot wijziging van diverse wetten met het oog op de aanvulling van de gerechtelijke ontbindingsprocedure van vennootschappen, BS 12 juni 2017.

Zie ook:
- Strafwetboek (Sw), BS 9 juni 1867;err. BS 5 oktober 1867; Nederlandse tekst vastgesteld bij W. 10 juli 1964, BS 2 december 1964) (art. 489, 2°)
- Koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen, BS 24 oktober 1934 (wet beroepsuitoefeningsverbod) (nieuw art. 3quater)
- Gerechtelijk Wetboek van 10 oktober 1967, BS 31 oktober 1967 (Ger.W.) (art. 764)
- Faillissementswet van 8 augustus 1997, BS 28 oktober 1997 (art. 53 en art. 63)
- Wetboek van vennootschappen van 7 mei 1999, BS 6 augustus 1999 (W.Venn.) (art. 182, nieuw art. 182/1, nieuw art. 182/2 en nieuw art. 182/3, art. 333, eerste lid, art. 432, art. 634, art. 666 en art. 835)
- Wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, BS 9 februari 2009 (art. 12)