Wooninspectie: strafpunten voor enkelglas

De Vlaamse regering wil dat alle huurwoningen en kamers vanaf 2020 voorzien zijn van dubbelglas. Zo niet, levert dat strafpunten op bij een woonkwaliteitsonderzoek.

Dubbelglasnorm

De wooninspecteur die de kwaliteit van een studentenkamer, kamer voor seizoenarbeiders, of zelfstandige woning komt controleren, zal het ontbreken van dubbelglas vanaf 1 januari 2020 bestraffen met 3 strafpunten, als het gebrek geen algemeen verschijnsel is, en met 9 strafpunten als dat wel het geval is.

Vanaf 1 januari 2023 wordt de strafmaat opgetrokken naar 9 of 15 strafpunten. Met 15 strafpunten valt dit gebrek in de hoogst mogelijke categorie.

Het ontbreken van dubbel glas is een algemeen verschijnsel als er nog meerdere ramen zijn met enkelglas. Het is een niet-algemeen verschijnsel als slechts één woonlokaal of de badkamer nog is uitgerust met enkelglas.

Volgens een toelichting van het agentschap Wonen-Vlaanderen zal de wooninspectie geen uitzonderingen toestaan op de dubbelglasnorm, tenzij het bouwtechnisch of juridisch onmogelijk zou zijn om dubbel glas te plaatsen. In dat geval is er sprake van overmacht. Maar volgens het agentschap zou dit maar 'zeer uitzonderlijk voorkomen m.b.t. beschermde monumenten'.

Klein, kleiner, kleinst

De wet liet al toe om ónder de minimale oppervlaktenormen te gaan voor zelfstandige woningen die gebouwd of vergund werden vóór 1 februari 2008. Dat regime wordt nu verder versoepeld en het zal ook gelden voor kamerwoningen.

Tot nu kon er afgeweken worden van de minimale totale nettovloeroppervlakte van 18m² voor een gecombineerde woon-/slaapkamer van een zelfstandige woning, als de woning vóór 1 februari 2008 gebouwd of vergund werd, en als de kamer - bij wijze van structurele plaatsbesparende maatregel - uitgerust was met een wandmeubel met opklapbaar bed van minstens 2m², voor dubbel gebruik. In dat geval werd de gemeten vloeroppervlakte met 2m² verhoogd voor de berekening van de oppervlakte- en bezettingsnormen.
Een aparte badkamer in een zelfstandige woning die gebouwd of vergund werd vóór 1 februari 2008, telde mee voor maximaal 3m².

Vanaf nu geldt dit regime in een aangepaste versie voor de zelfstandige woningen én kamers. Het is voortaan toegelaten om af te wijken van de minimale totale nettovloeroppervlakte van 12m² bij een kamerwoning of van 18m² bij een zelfstandige woning, als de woning gebouwd of vergund werd vóór 1 oktober 2016. De gemeten vloeroppervlakte wordt dan theoretisch verhoogd met 2m², als de woning bij wijze van structurele plaatsbesparende maatregel is uitgerust met een wandmeubel met opklapbaar bed van minimaal 2m², dat dubbel gebruik aantoont, óf met een hoogslaper. Een hoogslaper is hier een bed van minimaal 2m², dat gemonteerd is op een hoogte van minstens 1,8m en dat zich op een afstand van minstens 1m van het plafond bevindt.
De gemeten oppervlakte wordt ook nog altijd theoretisch verhoogd met de oppervlakte van de aparte badkamer, en maximum 3m², als er een aparte badkamer is.

Deze afwijkingen kunnen echter niet zomaar gecombineerd worden met andere afwijkingen.

Kleinere gemeenschappelijke keuken

De huidige lineaire oppervlaktenorm voor de gemeenschappelijke ruimte (keuken) van studentenhomes en studentenhuizen wordt vervangen door een getrapte norm, die soepeler is voor de grote homes. Voor de studentenhuizen en kleine peda's verandert er niets.

Er worden dus nog altijd strafpunten uitgedeeld als de oppervlakte van de gemeenschappelijke ruimte kleiner is dan 1,5m² per persoon, met een minimum van 6m², of als er een gemeenschappelijke ruimte ontbreekt bij 2 of meer studentenkamers. Maar dat regime is vanaf nu nog alleen van toepassing wanneer de bezettingsnorm van alle studentenkamers samen, lager is dan 50.

Vanaf een bezettingsnorm van 50 tot en met 199 volstaat een gemeenschappelijke ruimte van 1,25m² per persoon, en vanaf een bezettingsnorm van 200, 1m² per persoon.

De inspectie gaat er immers vanuit dat niet alle studenten tegelijker tijd gaan eten. Zeker niet in de hele grote homes.

Voor seizoenarbeiders worden er minder strenge bezettingsnormen ingevoerd, omdat seizoenarbeiders wel allemaal op ongeveer hetzelfde tijdstip gedaan hebben met werken en zij dus wél met meerdere personen tegelijk naar de keuken afzakken om te kokkerellen. Daar wordt het minimum van 2m² behouden voor een bezettingsnorm tot 50, en wordt dat minimum verlaagd tot 1,75m² bij een bezettingsnorm van 50 tot en met 199, en tot 1,5m² bij een bezettingsnorm van 200 of meer.

Keuken met kookgelegenheid?

Een 'kookruimte' is volgens de huidige voorschriften een lokaal (of een deel ervan, in het geval van een open keuken) dat bestemd is om te koken, en dat minstens is uitgerust met een gootsteen met koudwatertoevoer en een aansluiting op het rioleringsnet.

Het lijkt voor de hand te liggen dat er in een kookruimte, ook kookgelegenheid is. Dus dat er een fornuis moet kunnen staan. Maar sommige malafide verhuurders eisten dat de definitie 'naar de letter' werd toegepast. Vandaar dat de omschrijving nu wordt uitgebreid en er nu expliciet in het Woonkwaliteitsbesluit staat dat er in de kookruimte ook ruimte moet zijn om een kooktoestel op gas of elektriciteit te plaatsen.

Open keuken telt voor 2

Voor het bepalen van de bezettingsnorm van een zelfstandige woning werd er tot nu enkel rekening gehouden met het aantal woonlokalen met een voldoende grote oppervlakte en een voldoende grote vrije hoogte tot het plafond. Nieuw is dat een leefruimte met open keuken en een oppervlakte van minstens 8m², voortaan voor 2 woonlokalen zal tellen.

Met een open keuken wordt de enige kookruimte bedoeld, die geïntegreerd is in de leefruimte.

Door deze aanpassing verdwijnt het 'onterechte onderscheid' tussen woningen met een afzonderlijke keuken, en woningen met een open keuken.

Postbode niet welkom

Iedereen kent het fenomeen van de uitpuilende brievenbussen bij studentenkoten: weinig brieven en heel veel reclame? Maar dat wordt misschien verleden tijd. De Wooninspectie zal geen strafpunten meer uitdelen als elke studentenkamer niet meer over een eigen brievenbus beschikt.

Seizoenarbeiders moeten wel nog altijd minstens één brievenbus per kamer hebben. En de verplichting om minstens één bel per kamer te hebben, blijft ook behouden, zowel bij seizoenarbeiders, als bij studenten.

Conformiteitsattest kán bij seizoenarbeid

Tot slot is het vanaf nu ook mogelijk om een conformiteitsattest aan te vragen voor een kamer die verhuurd wordt aan seizoenarbeiders.

Het attest wordt aangevraagd bij de burgemeester, op dezelfde wijze als dat nu al gebeurt voor een zelfstandige woning of studentenkamer.

In werking op:

1 januari 2020: dubbelglasnorm.

1 oktober 2016: alle andere bepalingen.

Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen, wat betreft de procedure en de technische normen (Woonkwaliteitsbesluit), BS 29 augustus 2016.