Ziekteverzekering: Arbeidsongeschiktheidsuitkering werklozen ook in uitvoerings-KB geplafonneerd

Werklozen hebben tijdens de eerste 6 maanden van hun primaire arbeidsongeschiktheid recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering waarvan het bedrag gelijk was aan hun vroegere werkloosheidsuitkering.

Want sinds 1 januari 2015 hanteert men een maximumplafond.

Daartoe werd de Ziekteverzekeringswet aangepast. Het bedrag van de primaire ongeschiktheidsuitkering wordt namelijk ?gealigneerd? op het bedrag van de werkloosheidsuitkering waarop de gerechtigden aanspraak zouden maken indien ze zich niet in staat van arbeidsongeschiktheid bevonden, behalve als het bedrag van de werkloosheidsuitkering hoger is dan het bedrag van de primaire ongeschiktheidsuitkering.
Tijdens de periode van alignering wordt de vergoeding dus beperkt tot het bedrag van de primaire arbeidsongeschiktheidsuitkering als het bedrag van de werkloosheidsuitkering hoger is de dan dat van de ongeschiktheidsuitkering. De uitkeringen worden dus afgetopt.

Het betreffende tijdvak wordt omschreven in het uitvoerings-KB bij de Ziekteverzekeringswet. Dus is het logisch dat voortaan ook hier sprake is van de maatregel die de plafonnering van de uitkering doorvoert, parallel met de aanpassing van de Ziekteverzekeringswet.

Deze aanpassing treedt retroactief in werking op 1 januari 2015 en is van toepassing op de arbeidsongeschiktheden die vanaf deze datum aanvatten.

Bron: Koninklijk besluit van 29 mei 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, BS 15 juni 2016

Bron: Zie ook: Programmawet van 19 december 2014 , BS 29 december 2014 (art. 158 en art. 169 PW )