Verzet tegen ongewenste reclame op naam kan opnieuw (art. 12 en 50 DB WER)

Consumenten en ondernemingen kunnen zich toch verzetten tegen op naam geadresseerde reclame. Die mogelijkheid was weggevallen toen de wetgever het recht op verzet tegen telefoonoproepen voor direct marketingdoeleinden invoerde.

Telefoonabonnees kunnen zich verzetten tegen telefoonoproepen voor direct marketing. Verzet tegen andere communicatietechnieken voor direct marketing was door de invoering van de specifieke regeling voor telefoonoproepen niet meer mogelijk. Maar dit was niet de bedoeling. Die vergissing wordt nu rechtgezet. Zowel natuurlijke personen als ondernemingen kunnen zich voortaan ook verzetten tegen direct marketingcommunicatie die via andere technieken gebeurt, bv. via persoonlijk gerichte brieven.

De geadresseerde van ongewenste communicatie kan zich daar zonder extra kosten tegen verzetten. En de onderneming van wie de communicatie uitgaat mag haar identiteit niet verbergen.

Een gelijkaardige regeling geldt voortaan trouwens ook voor de ongewenste direct marketingcommunicatie door beoefenaars van vrije beoepen.

De artikelen 12 en 50 van de wet van 26 oktober 2015 treden in werking op 9 november 2015.

Bron: Wet van 26 oktober 2015 houdende wijziging van het Wetboek van economisch recht en houdende diverse andere wijzigingsbepalingen, BS 30 oktober 2015 (art. 12 en 50 DB?WER)

Zie ook:
Wetboek van economisch recht (art. VI.110 en XIV.77)