Europa publiceert richtsnoeren voor werkgelegenheidsbeleid lidstaten

Europa heeft richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2015 gepubliceerd. Ze maken deel uit van de 'geïntegreerde richtsnoeren van Europa 2020'. En de lidstaten houden in hun werkgelegenheidsbeleid en hervormingsprogramma's rekening met die richtsnoeren, zo blijkt uit het besluit van de raad van 5 oktober 2015.

Europese werkgelegenheidsstrategie

De Europese werkgelegenheidsstrategie werd in 1992 ingevoerd, toen het EU-verdrag in werking trad. De werkgelegenheidsdoelstellingen zijn geïntegreerd in de groeistrategie ?Europa 2020? - dat is de groeistrategie van de EU op het vlak van werkgelegenheid, innovatie, onderwijs, sociale inclusie en klimaat.

De uitvoering verloopt via het ?Europees semester?. Dat is een jaarlijkse procedure voor meer beleidscoördinatie tussen de EU-landen en EU-instellingen. Verschillende instrumenten worden gecombineerd. Belangrijke pijlers zijn:

De richtsnoeren voor de werkgelegenheid. Dat zijn de gemeenschappelijke prioriteiten en doelstellingen van het werkgelegenheidsbeleid van de EU-landen. Ze worden voorgesteld door de Europese Commissie, goedgekeurd door de nationale regeringen, en aangenomen door de raad.

Het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid. Met onder andere een beoordeling van het scorebord van kernindicatoren op sociaal en werkgelegenheidsgebied.

De nationale hervormingsprogramma's die door de commissie worden getoetst aan Europa 2020. Op basis van de nationale hervormingsprogramma's publiceert de commissie landenverslagen, met een analyse per land en landspecifieke aanbevelingen.

Europese richtsnoeren

De 'richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten' sluiten aan op de 'globale richtsnoeren' voor het economisch beleid van de lidstaten en van de unie. Samen vormen ze de 'geïntegreerde richtsnoeren van Europa 2020'.

De geïntegreerde richtsnoeren geven aan hoe de lidstaten hun nationale hervormingsprogramma's moeten opstellen en hervormingen moeten doorvoeren. De werkgelegenheidsrichtsnoeren zijn de basis voor eventuele landenspecifieke aanbevelingen van de raad. Ze worden ook gebruikt als basis voor het opstellen van het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid.

Het besluit 2010/707 over de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten bepaalt dat de werkgelegenheidsrichtsnoeren tot eind 2014 stabiel blijven, zodat alle aandacht kan gaan naar de uitvoering ervan. Tot eind 2014 werden de werkgelegenheidsrichtsnoeren dan ook zo min mogelijk bijgewerkt.

Richtsnoeren 2015

Het besluit 2015/1848 van 5 oktober 2015 bevat 4 richtsnoeren in een bijlage onder de titel: 'Richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten ? Deel II van de geïntegreerde richtsnoeren van Europa 2020'.
In de aanhef van de tekst verwijst men onder andere naar de financiële en economische crisis die belangrijke tekortkomingen aan het licht heeft gebracht in de economie van de unie en haar lidstaten. En de economieën en de arbeidsmarkten van de lidstaten zijn nauw vervlochten.

Richtsnoer 5: ?Stimuleren van de vraag naar arbeid?

Enkele blikvangers:

De lidstaten moeten het scheppen van hoogwaardige banen vergemakkelijken, de belemmeringen voor ondernemingen om mensen in dienst te nemen verminderen en ondernemerschap bevorderen.

De lidstaten moeten de sociale economie en sociale innovatie actief bevorderen.

De belastingdruk moet minder op arbeid liggen en de verlaging van de belasting op arbeid moet gericht zijn op het wegnemen van belemmeringen en ontmoedigende factoren in verband met de participatie op de arbeidsmarkt.

De lidstaten moeten de ontwikkeling aanmoedigen van loonvormingsmechanismen waarmee lonen kunnen worden aangepast aan ontwikkelingen van de productiviteit.

Bij het vaststellen van minimumlonen moeten de lidstaten en de sociale partners nagaan welke gevolgen dit zal hebben voor de armoede onder werkenden, het scheppen van werkgelegenheid en het concurrentievermogen.

Richtsnoer 6: ?Stimuleren van arbeidsaanbod, vaardigheden en competenties?

Enkele blikvanger:

De lidstaten moeten de noodzakelijke investeringen doen in alle onderwijs- en beroepsopleidingsstelsels, met bijzondere aandacht voor onder andere de digitale economie.

De lidstaten moeten zich meer inspannen om iedereen betere toegang te bieden tot kwalitatief hoogwaardig leren gedurende het hele leven, en moeten strategieën voor actief ouder worden uitvoeren waardoor langer werken mogelijk wordt.

De lidstaten moeten het opleidingsniveau verhogen, leerlingstelsels zoals duaal leren stimuleren, voor een betere beroepsopleiding zorgen en meer mogelijkheden bieden voor de erkenning en bevestiging van vaardigheden en competenties die buiten het formele onderwijs zijn verworven.

Hoge werkloosheid en inactiviteit moeten worden aangepakt.

De jeugdwerkloosheid en het grote aantal jongeren die geen onderwijs volgen, geen werk hebben of geen stage volgen moeten gezamenlijk worden aangepakt.

Er moeten, met name voor kansarme groepen, minder belemmeringen zijn om aan de slag te raken. Participatie op de arbeidsmarkt van vrouwen moet worden verhoogd.

Het combineren van werk en gezin moet worden bevorderd.

De lidstaten moeten optimaal gebruikmaken van het Europees Sociaal Fonds en andere fondsen.

Richtsnoer 7: ?Verbeteren van de werking van de arbeidsmarkten?

Enkele blikvanger:

De lidstaten moeten rekening houden met de beginselen van flexibiliteit en zekerheid (flexicuritybeginselen).

Zij moeten segmentatie op de arbeidsmarkt voorkomen en terugdringen en zwartwerk bestrijden.

Gezorgd moet worden voor kwalitatief hoogwaardige werkgelegenheid.

De lidstaten moeten de nationale parlementen en de sociale partners nauw betrekken bij het uitstippelen en uitvoeren van relevante hervormingen en beleidslijnen.

De lidstaten moeten het actief arbeidsmarktbeleid versterken.

De lidstaten moeten streven naar betere en doeltreffendere openbare diensten voor arbeidsvoorziening.

De lidstaten moeten mensen die kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt, in staat stellen dat te doen en hen daadwerkelijk activeren, en degenen die dat niet kunnen, beschermen.

De lidstaten moeten streven naar inclusieve arbeidsmarkten die openstaan voor alle vrouwen en mannen

Mobiliteit van werknemers moet worden gepropageerd zodat het volledig potentieel van de Europese arbeidsmarkt kan worden benut.

Richtsnoer 8: ?Stimulering van sociale insluiting, bestrijding van armoede en bevordering van gelijke kansen?

Enkele blikvangers:

De lidstaten moeten de socialebeschermingsstelsels moderniseren. Er moet meer aandacht uitgaan naar preventieve en geïntegreerde strategieën. Sociale inclusie moet worden gestimuleerd.

Betaalbare, toegankelijke en kwalitatief hoogstaande diensten zoals kinderopvang, buitenschoolse opvang, onderwijs, opleiding, huisvesting, gezondheidszorg en langdurige zorg zijn essentieel.

Bijzondere aandacht moet ook uitgaan naar basisdiensten en maatregelen om vroegtijdig schoolverlaten te voorkomen, armoede onder werkenden te verminderen en armoede en sociale uitsluiting te bestrijden.

Door de stijgende levensverwachting en demografische veranderingen moeten de lidstaten ervoor zorgen dat pensioenstelsels voor vrouwen en mannen houdbaar en adequaat blijven.

De lidstaten moeten de kwaliteit, toegankelijkheid, efficiëntie en doeltreffendheid van de stelsels voor gezondheidszorg en langdurige zorg verbeteren en er tevens voor zorgen dat ze houdbaar blijven.

Bron: Besluit (EU) nr. 2015/1848 van 5 oktober 2015 van de Raad betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2015, PbL 15 oktober 2015, 28.