Loonbedragen arbeidsovereenkomstenwet aangepast op 1 januari

De loonbedragen in de arbeidsovereenkomstenwet worden op 1 januari 2015 aangepast.

Het algemene indexcijfer van de conventionele lonen voor bedienden voor het derde trimester 1984 was vastgesteld op 185,9 (basis 100 in 1975), en voor het derde trimester 2014 bedroeg het 108,90 (basis 100 in 2010).

Dit levert volgende formule op: 108,90/185,9 x 0,51362 x 0,736756 x 0,750638. Men hanteert volgende coëfficiënten:

0,51362: omzettingscoëfficiënt basis 1975-1988;

0,736756: omzettingscoëfficiënt basis 1988-1997;

0,750638: omzettingscoëfficiënt basis 1997-2010.

Het resultaat wordt vermenigvuldigd met de bedragen die op 1 januari 1985 van toepassing waren. Vanaf 1 januari 2015 gelden volgende loonbedragen:

1/ 33.203 euro (basisbedrag: 16.100 euro; artikelen 22bis, 65 en 104 van de arbeidsovereenkomstenwet). Het gaat hier om de toepassing van het scholingsbeding en het concurrentiebeding.

2/ 66.406 euro (basisbedrag: 32.200 euro; artikelen 65 en 69 van de arbeidsovereenkomstenwet). Het gaat hier om de toepassing van het concurrentiebeding en het scheidsrechterlijk beding.

Wettelijk bedrag Geïndexeerd bedrag 2015 Geïndexeerd bedrag 2014 16.100 33.203 32.886 32.200 66.406 65.771

De publicatie is een klassieker omdat de loonbedragen jaarlijks worden aangepast. Ook dit jaar houdt men rekening met de aanpassingen die de wet op het eenheidsstatuut heeft doorgevoerd binnen de arbeidsovereenkomstenwet.

Zoals bekend zijn de loonbedragen uit de arbeidsovereenkomstenwet niet meer relevant voor het proefbeding en het sollicitatieverlof. Het proefbeding werd afgeschaft en bij het sollicitatieverlof is de duur niet langer afhankelijk van het jaarloon. De jaarloongrenzen zijn ook niet meer relevant voor het bepalen van de opzeggingstermijnen want sinds 1 januari 2014 gelden er uniforme opzeggingstermijnen voor arbeiders en bedienden. En ze zijn uitsluitend gebaseerd op het aantal dienstjaren.

De loonbedragen blijven wel relevant voor het scholingsbeding, het concurrentiebeding en het scheidsrechterlijk beding. Zo bepaalt artikel 22bis van de arbeidsovereenkomstenwet bijvoorbeeld dat het scholingsbeding geacht wordt onbestaande te zijn wanneer het jaarloon 33.203 euro niet overschrijdt. Uiteraard zal men ook moeten voldoen aan de andere wettelijke voorwaarden.

Begin dit jaar werd overigens al een rechtzetting gepubliceerd om bij het bepalen van de geïndexeerde loongrenzen voor 2014 rekening te houden met de aanpassingen die de wet op het eenheidsstatuut had doorgevoerd.

Bron: Aanpassing op 1 januari 2015 van de loonbedragen bepaald bij de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten aan het algemene indexcijfer van de conventionele lonen voor bedienden (artikel 131), BS 9 december 2014

Zie ook:
— Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, BS 22 augustus 1978 (Arbeidsovereenkomstenwet)
— Aanpassing op 1 januari 2014 van de loonbedragen bepaald bij de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten aan het algemene indexcijfer van de conventionele lonen voor bedienden (artikel 131) gewijzigd bij de wet van 26 december 2013. Rechtzetting, BS 30 januari 2014