Overkoepelend huishoudelijk reglement voor drie Vlaamse bestuursrechtscolleges

Het Milieuhandhavingscollege, de Raad voor Vergunningsbetwistingen en de Raad voor Verkiezingsbetwistingen gaan nauwer samenwerken. Hun organisatie en de rechtspleging worden maximaal op elkaar afgestemd. De drie bestuursrechtscolleges krijgen samen één huishoudelijk reglement. En daarin staan regels over de overkoepelende algemene vergadering, de eerste voorzitter van die algemene vergadering en de voorzitters van de drie colleges. Het regelt ook de indeling van de rechtscolleges in kamers.

Algemene vergadering

De drie Vlaamse bestuursrechtscolleges krijgen één overkoepelende algemene vergadering.

Daarin zitten de effectieve bestuursrechters van het Milieuhandhavingscollege (MHHC) en de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) en de voorzitter van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen (R.Verkb.). De hoofdgriffier en de beheerder van de Dienst van de bestuursrechtscolleges (DBRC) en het hoofd van het coördinatiebureau wonen de vergaderingen van de algemene vergadering bij. Zij hebben wel alleen maar een raadgevende stem.

Eerste voorzitter

Aan het hoofd van de algemene vergadering staat de eerste voorzitter.

Alleen een effectieve bestuursrechter die deel uitmaakt van de algemene vergadering kan eerste voorzitter zijn. Wie zich kandidaat stelt, dient een beknopt cv in en een beknopte nota met de motieven en de doelen van zijn kandidatuur.

In principe is de functie van eerste voorzitter niet verenigbaar met de functie van voorzitter van het MHHC of de RvVb. Tenzij bij een tijdelijke vervanging.

Voor de verkiezing van de eerste voorzitter moet minstens twee derde van de stemgerechtigde leden van de algemene vergadering aanwezig zijn. Dat quotum is niet nodig na een tweede oproep.

De verkiezing gebeurt in één of meer stemronden. In een eerste stemronde is de kandidaat die een absolute meerderheid van de stemmen haalt, verkozen. Lukt dat geen enkele kandidaat dan komt er een tweede stemronde. Wie daar een relatieve meerderheid haalt (meer voor-stemmen dan tegen-stemmen, zonder de onthoudingen mee te tellen) is verkozen tot eerste voorzitter.

Behaalt geen enkele kandidaat die meerderheid, dan komt er een derde stemronde tussen de twee kandidaten met de meeste voor-stemmen in de tweede stemronde. In die derde stemronde is de kandidaat met de meeste stemmen verkozen. Bij staking van stemmen is de kandidaat met de langste dienstanciënniteit verkozen. En bij gelijke dienstanciënniteit wordt de oudste kandidaat eerste voorzitter.

Voorzitter bestuursrechtscolleges

De drie bestuursrechtscolleges hebben elk ook hun eigen voorzitter.

De verkiezing van de voorzitter verloopt op een gelijkaardige manier als de verkiezing van de eerste voorzitter van de algemene vergadering. Maar hij wordt niet verkozen door de algemene vergadering, wel door de effectieve bestuursrechters bij het MHHC of de RvVb .

De verkiezing van de voorzitter van de R.Verkb. gebeurt in één stemronde. De bestuursrechter die de meeste stemmen haalt is voorzitter.

Kamers bestuursrechtscolleges

De bestuursrechtscolleges worden ingedeeld in meervoudige en enkelvoudige kamers. De eerste houden zitting met drie bestuursrechters, de laatste met één bestuursrechter.

De MHHC telt minstens zeven kamers. Minstens vijf enkelvoudige en twee meervoudige.

In de RvVb zijn er minstens tien kamers. Minstens acht enkelvoudige en twee meervoudige.

De R.Verkb. telt minstens zes meervoudige kamers.

Eén meervoudige kamer van elk bestuursrechtscollege bestaat uit de drie voorzitters van de colleges.

Opdrachten algemene vergadering

De algemene vergadering beslist over de strategische werkings- en organisatieregels van de drie betrokken Vlaamse bestuursrechtscolleges.

Ze beslist ook over zaken die over haar eerste voorzitter gaan. Onder meer over de selectieprocedure, over zijn aanstelling en over de vernieuwing van zijn mandaat.

Ook over de rechtspositie van de bestuursrechters van de verschillende bestuursrechtscolleges heeft de algemene vergadering een en ander te zeggen. Een greep daaruit:

ze draagt de effectieve bestuursrechters bij het MHHC of de RvVb en de aanvullende bestuursrechters bij de R.Verkb. voor;

ze kan de effectieve bestuursrechters toestaan om bepaalde activiteiten, functies en mandaten uit te oefenen; en

ze legt de deontologische rechten en plichten van de bestuursrechters vast.

Andere belangrijke bevoegdheid is dat zij het door haar eerste voorzitter opgemaakte beleidsplan goedkeurt. Hetzelfde geldt voor de jaarlijkse werkingsverslagen van de drie bestuursrechtscolleges.

Bijeenroeping algemene vergadering

De eerste voorzitter roept de algemene vergadering samen. Hij doet dat ofwel op eigen initiatief ofwel op vraag van een voorzitter van één van de bestuursrechtscolleges. De vraag kan ook uitgaan van minstens drie effectieve bestuursrechters.

Een vergadering is pas geldig als de meerderheid van de leden aanwezig is. Op de vergaderingen waarop beslist wordt over de rechtspositie van de bestuursrechters moet echter twee derde van de leden aanwezig zijn. Worden de meerderheden niet gehaald, dan volgt een tweede bijeenroeping. De vergadering die daarop volgt is altijd geldig, ongeacht het aantal aanwezigen.

Er wordt beslist bij eenvoudige meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Of, bij beslisingen over de rechtspositie van de bestuursrechter, met een twee derde meerderheid. Onthoudingen worden niet meegerekend.

Opdrachten eerste voorzitter

De eerste voorzitter van de algemene vergadering staat in voor de algemene en dagelijkse leiding van de drie Vlaamse bestuursrechtscolleges.

Tot het dagelijks beheer behoren het technisch en financieel beheer, het beheer van de infrastructuur, de communicatie en het personeelsmanagement van de bestuursrechters en de personeelsleden van de DBRC. Die bevoegdheden kan de eerste voorzitter allemaal delegeren naar de beheerder van de DBRC. Hij staat trouwens zelf aan het hoofd van de DBRC.

De eerste voorzitter oefent als korpschef het hiërarchisch en functioneel gezag uit over de bestuursrechters.

Hij evalueert de effectieve bestuursrechters en stelt voor elk van hen een evaluatieverslag op.

Hij kan ook beslissen om een bestuursrechter in een ander bestuursrechtscollege dan datgene waarin hij is benoemd, te laten werken. Dat kan enkel met een gemotiveerde beslissing. En de betrokken bestuursrechter moet eerst gehoord worden.

Belangrijk is ook dat hij onder strikte voorwaarden maatregelen kan nemen die afwijken van het huishoudelijk reglement.

De eerste voorzitter stelt een beleidsplan op. Voor de volledige duur van zijn voorzitterschap, in principe dus voor vijf jaar. Elk jaar stelt hij ook een werkingsverslag op. Met daarin uitleg over de implementatie van zijn beleidsplan en de evaluatie ervan.

Hij ziet toe op de eenheid van rechtspraak of rechtsvorming tussen de bestuursrechtscolleges. Hij kan een beroep toewijzen aan een kamer met daarin de drie voorzitters van de bestuursrechtscolleges.

De eerste voorzitter legt de samenstelling van de kamers van de bestuursrechtscolleges vast en wijst de kamersvoorzitters aan. Hij kan aanvullende kamers samenstellen.

Opdrachten voorzitters bestuursrechtscolleges

De voorzitters van de drie bestuursrechtscolleges zien erop toe dat de rechtspraak en de rechtsvorming binnen hun college eenvormig gebeurt. Ze kunnen een beroep toewijzen aan een meervoudige kamer met bestuursrechters uit het college.

Elke voorzitter zorgt voor de efficiënte toewijzing van de beroepen binnen zijn rechtscollege.

Hij staat ook in voor een aantal rechtsplegingstaken. Bijvoorbeeld het samenvoegen van beroepen of bezweren, de toepassing van de vereenvoudigde procedure en de schorsing bij uiterste dringende noodzakelijkheid.

Werkingsjaar

Het werkingsjaar van de bestuursrechtscolleges start op 1 september en eindigt op 31 augustus van het jaar daarop.

Bron: Huishoudelijk reglement van de Vlaamse Bestuursrechtscolleges en hun algemene vergadering van 3 november 2014, BS 2 december 2014

Zie ook:
Decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges